Stel je eens een wereld voor waarin mensen alleen mondeling met elkaar kunnen communiceren. Computers en laptops bestaan niet. Je hebt niet de beschikking over papier, pennen of potloden. Typemachine? Nooit van gehoord. Het enige middel dat je kunt inzetten is praten, in jezelf of met anderen. Ik besef me dat dit lastig voor te stellen is, maar probeer het je eens in te denken. Hoe zou jij je dan voelen?

Ik zou me stuurloos voelen. Dan kan ik niks meer opschrijven. Rondcirkelende gedachten kunnen mijn hoofd alleen nog maar ontvluchten via zinnen uit mijn mond. Dat kunnen heldere zinnen zijn, die ik vervolgens dan wel moet onthouden. Voor het geval ik later die zinnen nog eens nodig heb. Er zal zeker ook ongestructureerd materiaal mijn mond verlaten, als een waterval van woorden klettert het de wereld in. Als ik niks meer op kan schrijven, raak ik de draad kwijt en heb ik geen houvast.

Voor mij zou het ook een karige wereld zijn. In een wereld zonder papier zijn er geen boeken. Ik kan me niet terugtrekken uit de werkelijkheid en me mee laten voeren in de wereld van mijn boek. In een wereld met slechts mondelinge communicatie kunnen verhalenvertellers dit gemis goed opvullen. Ik zou mij omringen met verhalenvertellers. Of beter nog: ik vertel verhalen. Dat zou mij rust geven. Het hier en nu even vergeten en helemaal opgaan in de wereld van verhalen.

Gelukkig is het een fantasie; een wereld met alleen mondelinge communicatie. Ik kan me blijven focussen op het schrijven, het geven van woorden. Het schept orde, het is geweldig om nieuwe werelden te creëren en het is waardevol om levensverhalen vast te leggen. Schrijven is voor mij een, nee zelfs dé noodzaak.