De zon is superhard aan het stralen. Leonie is na het ontbijt meteen op de fiets gesprongen. Haar blonde krullen wapperen in de wind en haar stralende lach is niet te missen. Ze heeft de rode stippenjurk aan, haar lievelingsjurk. In de aangeharkte stadstuintjes komen de eerste narcissen lekker de orde verstoren. Veel auto’s krijgen een poetsbeurt. “Als ik straks thuis ben, ga ik een ritje maken in mijn nieuwe Fiat cabrio” zegt Leonie hardop. “Veel plezier hoor meid,” roept een man, die zijn hond uitlaat, haar na. “Jij krijgt vandaag lekker een lange wandeling”, schreeuwt ze de hond toe. Bij de speeltuin is een enorm kabaal te horen. “Wat fijn dat jullie weer lekker buiten kunnen spelen.” De kinderen krioelen door elkaar, niemand merkt de woorden van Leonie op. Dat maakt haar niks uit: “Ik ga eens even alle spullen halen waar ik mijn grote schat Bas vanavond enorm mee ga verrassen. Hij gaat echt geen idee hebben wat hij allemaal mee gaat maken.” Ze smijt haar fiets tegen de oude eik in het centrum. Het is ongelofelijk druk op de markt. De felle kleuren in de bloemenkraam zuigen Leonie’s aandacht op. “Doe voor mij maar tien bossen rode tulpen,” schreeuwt ze de verkoper toe. Ze stopt ze in twee enorme boodschappentassen en struint vervolgens verder over de markt. Leonie gaat vanavond voor Bas koken. Ook in de groentekraam is het een wirwar van kleuren. “Wat mag het voor u zijn?” “Ik wil iets lekkers maken voor mijn schat, dus doe maar zes rode paprika’s, acht tomaten, drie doosjes aardbeien en een bos radijsjes. Alles in de kleur van de liefde, hè!” Eenmaal terug bij haar fiets krijgt Leonie het ongelooflijk warm: “Hoe moet ik naar huis fietsen met een rugzak vol groenten en twee boodschappentassen met tulpen?” De pupillen in haar ogen gaan schichtig heen en weer, zweetdruppels vallen van haar voorhoofd. Ze probeert rustig te blijven, maar haar ademhaling wordt steeds onregelmatiger. Leonie heeft geen idee hoe ze thuis moet komen met zoveel spullen.

In de verte ziet ze vaag de omtrek van een persoon. “Leonie? Leonie?” Het lijkt wel alsof iemand haar naam roept. “Blijf even rustig liggen.” Opnieuw wordt er tegen Leonie gepraat. “Nee, ik moet naar huis fietsen, ik wil Bas gaan verrassen vanavond.” zegt Leonie. “Je hoeft mij niet te verrassen, ik ben nu al bij je. Johan komt zo even met je praten,” laat Bas haar weten. Zijn lichtblauwe jeans zit vol met cementvlekken. Hij was nog op de bouwplaats toen hij werd gebeld. Totaal overdonderd was hij door het bericht. Het was toch weer fout gegaan. Waarom? Leonie haalt opgelucht adem. “Oh Bas wat ben ik blij dat je er bent. Wil jij misschien deze twee boodschappentassen voor me mee naar huis nemen? Dan fiets ik terug. Ik had je willen verrassen, maar dat gaat nu niet meer.”

Bas beseft dat Leonie nog altijd in haar eigen fantastische wereld leeft. Strak richt hij zijn blik op de elegante metalen dame in de tuin. Zij straalt rust uit. Op de grond staat de doos met brownies van Bas. Geen idee waarom hij die meegenomen heeft. Misschien een goed medicijn voor nu, een herinnering aan vrolijkere tijden. Zuchtend vraagt Bas zich af hoe hij Leonie kan bereiken. Alle adviezen heeft hij al uitgeprobeerd. Weer een nieuwe poging dan maar. “Liefje, je ligt in een bed en je bent niet bij je fiets. Ik ben bij je en het is hier veilig.” Leonie voelt Bas’ zachte hand op haar wang. “Maar ik was op de markt en daar heb ik geen Johan ontmoet die met mij wil praten”, stamelt ze zachtjes. “Dat klopt, Johan komt ook altijd aan je bed. Hij komt zo vertellen wat er gebeurd is.” Bas draait zijn duimen rond. De klokt tikt en Leonie voelt het klamme laken, dat aan haar huid plakt. Met een ruk schopt ze ineens de lakens van zich af. In haar nachthemd stampt ze met blote voeten op het zeil. Haar verwilderde blonde krullen springen alle kanten op. “Er is helemaal niets gebeurd, ik begrijp er geen bal van. Ik was op de markt en nu lig ik ineens in een bed. Jullie zijn allemaal gek.” Leonie’s gekrijs is op de hele afdeling te horen. Met een kille blik kijkt ze dwars door Bas heen. Hij geeft een harde klap op de alarmknop. Nu wordt het link weet hij. Leonie is in alle staten. Ze vliegt de kamer uit en mept de vaas met rode gerbera’s van het tafeltje in de gang. “Ik ga naar huis,” gilt ze. Dwars door de glasscherven sprint ze weg. Bas stormt haar achterna en pakt haar aan het eind van de gang stevig vast. Leonie’s vermoeide lichaam sputtert tegen, ze wordt een harde plank. Hij hoopt dat hij tot zijn kwetsbare meisje door kan dringen: “Jouw hoofd laat je dingen denken die helemaal niet gebeurd zijn. Wat jij nu nodig hebt lieverd, is rust.” Leonie’s ogen spuwen nog steeds vuur, haar gezicht is een masker. Bas vloekt. “Waarom komt er nu niemand? Wat heb ik nou aan zo’n klere alarmknop?” Eindelijk komt Johan binnenvallen. Leonie’s oogopslag is nu veranderd in een uitgeholde blik. Een paar tranen rollen voorzichtig over haar wangen en uiteindelijk laat ze zichzelf bibberend op de grond zakken. Opgerold met haar armen rond haar benen geslagen, probeert ze haar mooie wereld wanhopig vast te houden. Haar ogen zoeken contact met Bas en Johan. “Waarom zat ik niet op de fiets en liep ik niet op de markt? Als mijn hoofd mij alleen maar in situaties brengt die helemaal niet echt zijn, dan wil ik een ander hoofd.” Johan antwoordt rustig: “Ik kan je geen ander hoofd geven, maar ik kan je wel wat leren. Hoe je met jouw hoofd om kunt gaan.” Bas is naast zijn vriendin komen zitten. Hij streelt zachtjes over de rechtopstaande haartjes op haar arm. Leonie kijkt hem met een waterige blik aan. “En je staat er ook niet alleen voor,” zegt Johan glimlachend. “Bas is er altijd voor jou.” Bas weet dat het heel lastig zal worden om er altijd voor Leonie te zijn. Toch zal hij haar nooit verlaten. In het hoofd van Bas zweven allerlei vrolijke herinneringen rond. Hij ziet zijn gestoei met een lachende Leonie. Zij ligt in zijn armen, haar krullen kriebelen aan zijn bovenarmen. Ze luisteren samen naar de vogels in het park. Op het picknickkleedje liggen brownies en bonbons. Door de gedachte aan brownies is Bas gelijk weer terug in de kliniek. Ze liggen waarschijnlijk nog onaangeroerd op de grond in Leonie’s kamer. “Wat dacht je van een brownie?” De woorden van Bas zorgen voor een lichte fonkeling in Leonie’s ogen. Samen krabbelen ze omhoog en lopen de gang uit. “Toch goed dat je die meegenomen hebt,” mompelt Bas zichzelf toe.